Pionier in de kuifologie

door Jacques Heemskerk

Uit: Duizend Bommen! 45

tekst en foto’s Tom van der Geugten

Veel liefhebbers van het werk van Hergé zijn verzamelaars, maar achter iedere verzamelaar schuilt ook een ‘gewoon’ mens, al dan niet met een baan, met een partner, met kinderen, met een geschiedenis. In deze rubriek staat deze gewone mens centraal, met zijn verzameling. In deze achtste aflevering is dat Har Brok.

 

In de Amsterdamse woning van Har kom je een groot aantal Kuifjespullen tegen, zoals beeldjes in vitrinekasten, affiches en een volle kast, die aan een opruimbeurt toe is. Zijn belangrijkste verzameling wordt gevormd door zijn Kuifjeboeken, die een forse boekenkast in zijn achterkamer vullen.

ARTIKELEN Har is geboren en getogen in Breda, waar zijn vader rector was van een lyceum. Stripboeken hadden ze niet thuis, maar wel de Katholieke Illustratie, en daarin stond Kuifje tot zijn genoegen.

Een kuifoloog werd Har in zijn studententijd. ‘Ik las toen stukjes over Kuifje van Wim Noordhoek (De Nieuwe Linie) en C.J.  Aarts (o.a Stripschrift) en ik wilde daar ook wel over schrijven. Ik ben toen heel secuur de verhalen gaan lezen, waarvan ik een deel nog niet kende, en ik merkte dat ze goed in elkaar zitten, met humor, spanning en weinig hoofdfiguren, die op allerlei momenten opduiken. Het werd me duidelijk dat over het geheel goed was nagedacht. Ook vond ik heel interessant dat Hergé zijn materiaal uit de werkelijkheid haalde. Ik ontdekte ook dat de versies uit de Katholieke Illustratie verschilden van de albumversies.’

 

1 Hars boekenkast met Kuifjeliteratuur

In 1973 ging Har dingen uitzoeken en erover schrijven, geïnspireerd door Noordhoek en Aart. Zijn eerste artikel verscheen in Stripschrift en ging over de twee albumversies van Goud (afbeelding 3). In 1976 werd Har lid van de redactie van Stripschrift.  Als redactielid ging hij meermalen naar het grote stripcongres in Angoulême waar hij in contact kwam met veel tekenaars en auteurs en waar hij boeken over Hergé kocht, die alleen in Frankrijk te koop waren. ‘Alles wat ik te pakken kon krijgen over Kuifje heb ik gelezen en zo mogelijk gebruikt.’

 

2 Kast met diverse Kuifjespullen

 

OVER DE KWALITEIT VAN KUIFJE ‘Als we de persstemmen over Kuifje globaal samenvatten dan springen daarbij een aantal gewaardeerde punten in het oog. De goede eigenschappen van Kuifje zelf, die deze strip ook pedagogisch verantwoord maken, de spannende en knap opgebouwde intriges, de talloze humoristische ingrediënten die steeds voor goed gedoseerde intermezzo’s zorgen, de ingetogen en heldere tekenstijl. Verder nog zijn te noemen de wat ouderwetse maar goed verzorgde tekst, steeds voorzien van een correctie interpunctie en hoofdletters op de juiste plaats, de interne samenhang van de reeks als geheel, terwijl de albums toch ook los te begrijpen zijn. Het meest van alles boeit echter de steeds terugkerende verbinding met de werkelijkheid.’[i] 

 

WAT ZIT DAARACHTER? Har wilde zich ook afzetten tegen de afkeer onder mensen tegen strips. ‘Volgens mijn vader waren strips niks, wat voor mij reden was om aan te tonen dat er meer in zit dan je denkt. Toen artikelen van mij waren verschenen gaf hij toe dat ik het misschien wel bij het goede eind had. Hij moedigde me aan om ermee door te gaan en was er zelfs trots op dat ik dat had bereikt.’
In Hars studententijd was close reading[ii] een nieuwe aanpak in de studie van de Nederlandse literatuur en dat interesseerde hem ontzettend. ‘Van jongs af aan heb ik een kritische en onderzoekende instelling gehad. Ik lees graag artikelen met veel voetnoten en houd ervan om dingen uit te pluizen. Bij Hergé vroeg ik me af: waarom heeft hij dingen veranderd, waarom heeft hij dat wel gebruikt, en dat niet, en wat zit daar nu achter? Hoe ging hij te werk en wat is het geheim van zijn oeuvre? In 1974 heb ik in een artikel een bladzijde van Cokes uit de Katholieke Illustratie afgebeeld naast dezelfde bladzijde uit het album. Daarbij riep ik lezers op om de verschillen op te sporen. In een volgend artikel, waarin ik deze verschillen behandelde, heb ik uitgelegd wat hier het nut van was.’

 

      

                3 Hars eerste artikel in Stripschrift (1973)                                              4 Uit:Vreemd gespuis (1987)

CONTACT MET HERGÉ Vanaf 1977 heeft Har contact gehad met Hergé die hij leerde kennen als ‘een zeer vriendelijke man’: ‘Ik stuurde hem mijn artikelen, wat hij erg waardeerde. Per brief heb ik dingen met hem uitgewisseld en heb ik hem op bepaalde dingen gewezen die hij soms ook niet wist, zoals een bepaalde Nederlandse vertaling. Ik ben vaak op de Studio in Brussel geweest en heb Hergé en Bob de Moor rechtstreeks gevraagd hoe dingen zaten, en kreeg daar ook altijd uitstekende antwoorden op. De contacten liepen eigenlijk via Bob de Moor, die Vlaams en Waals sprak, en met wie ik bevriend ben geraakt. Hergé verstond redelijk goed Nederlands maar sprak alleen het moeilijk verstaanbare Marollen-Vlaams. Ik vond het al mooi dat hij het in het Nederlands probeerde.’
In verband met de tentoonstelling ‘Kuifje in Rotterdam’ bracht Har met Ernst Pommerel en Joost Swarte tweemaal een bezoek aan Hergé, met De Moor en Fanny erbij. ‘Hergé was zeer vereerd met deze tentoonstelling over zijn werk. We spraken over de klare lijn, over de realiteitswaarde van zijn verhalen en over de inrichting van de tentoonstelling.’ Op basis van de bandopnames schreven de drie een artikel in Vrij Nederland met een aandacht trekkende titel.[iv] Verder is er met de banden – in bezit van Har – is nooit iets gedaan.

 

CLOSE READING ‘Waarom nu deze vergelijking? Het gaat er niet om een nieuw gezelschapsspel te introduceren, hoe aardig het vergelijken ook is. Nee, het gaat erom dat een detailvergelijking materiaal levert bijvoorbeeld voor de periodisering en de chronologie en dus ook voor de totstandkoming van het eindproduct. Het is misschien zelfs mogelijk het aandeel van de verschillende tekenaars te achterhalen. Maar het meest van al leert het ons iets over de persoonlijkheid van de auteur en de ontwikkeling van zijn tekenstijl. De haast overdreven zorg van Hergé voor het detail en zijn uiterst consequente houding hierin. [iii]

 

 

5 Boek met uitgewerkte artikelen (1979) 

                                                6 Brief van Hergé aan Har (1976, uit: Kuifje. Van leerlingjournalist tot wereldberoemd reporter )

EEN NIEUWE AANPAK Tussen 1973 en 1997 schreef Har zo’n honderd publicaties over Kuifje die belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van de kuifologie, maar die tegenwoordig nogal in de vergetelheid zijn geraakt. ‘Het was een nieuwe aanpak die ik ontwikkelde. In die tijd werd nog niet op die manier over strips geschreven. Ik kwam iedere keer met iets nieuws aanzetten wat mensen nog niet wisten. Ik denk dat ik er wel veel mee heb los gemaakt, dat ik lezers heb aangezet om zich er ook zo in te verdiepen. Het was iets wat me heel erg bezighield, en ik heb er, achteraf gezien, misschien wel te veel tijd in gestoken.
Ik ben ooit aan kaartsysteem begonnen over waar komt wie voor in welk album, en daar heb ik grafieken van gemaakt. Dat is uiteindelijk de Kuifje-index geworden. Daardoor kwam ik erachter dat Hergé bijvoorbeeld Jansen en Janssen gebruikte om een verhaal op gang te houden. Zo ontdek je veel meer dan wat je lezend merkt en zie je ook het geniale van Hergé’s stijl. Het levert van alles op.
Ik heb veel respons gehad op mijn artikelen. Toen ik wat bekender werd zocht ik vaak contact met lezers die mij schreven. Ik heb nog een dikke bundel met allemaal brieven. Door mijn artikelen kreeg ik ook contact met andere kuifologen, zoals Ernst Pommerel, maar het schrijven deed ik altijd alleen.’
Har schreef onder meer over de beeldvorming van blanken en zwarten, zoals het artikel ‘Zwart en wit in de avonturen van Kuifje’ in het tijdschrift Bijeen (1974). De Anne Frank Stichting vroeg hem een bijdrage te leveren aan het boek Vreemd gespuis (1978). Hierin schreef Har over het minder dik tekenen van lippen van zwarte mensen, de vervanging van een zwarte man door een niet-zwart onguur type en de vervanging van Haddocks scheldwoord ‘Nikker’ door ‘Vogelverschrikker’ (afbeelding 4).
Ooit begon Har, samen met Rob van Eijck, aan een dik boek waarin hij zijn kuifologische kennis tot een groot geheel wilde verwerken, maar hij heeft het niet voltooid. Zijn taalkundig werk eiste steeds meer aandacht en op den duur werd hij met name door de Franse publicaties van tintinologen en Moulinsart misschien een beetje ingehaald.

 

STELLING In 1991 promoveerde Har op een dissertatie over bloemnamen in Nederlandse dialecten. Daarin luidde stelling 11: ‘Het Syldavisch en Bordurisch in de Kuifje-albums De Scepter van Ottokar, Raket naar de Maan en Mannen op de Maan, alsook de taal van Arumbaya’s in Het gebroken Oor en Kuifje en de Picaro’s berusten op het Brussels dialekt van de Marollen.’

 

NOTEN

[i]   Uit: Kuifje. Van leerlingjournalist tot wereldberoemd reporter (1979)

[ii]  Methode van tekstanalyse waarbij alle aandacht op de tekst zelf (en niet op de biografische bijzonderheden van de                   auteur van de tekst e.d.) gericht is

[iii] Uit: ‘Op weg naar Kuifje (1): Cokes in Voorraad blz. 12’, in: Striprofiel 1 (1974) nr. 5, 4-9

[iv] ‘Hergé: “De klare lijn. Daarin ben ik fascist. Daarin ben ik reactionair”‘, in Vrij Nederland (5 februari 1977).

8 Twee Nederlandse bewerkingen die Har maakte voor Casterman (1991 en 1992

 

ENKELE PUBLICATIES VAN HAR BROK OVER KUIFJE

–  artikelen in Bijeen, Caramba, CISOStripgids, Furore, Striprofiel, Stripschrift, WereldNonsens, 

    Wordt vervolgd (1973-1994)

– Kuifje in Rotterdam: 1 Kuifje, zijn vrienden, zijn vijanden, 2 Oostindisch blind, 3 Kuifje is geen

   enigst kind en 4 De klare lijn, Rotterdam 1977 (met Ernst Pommerel en Joost Swarte, zie DB 44, p. 5)

– Kuifje. Van leerlingjournalist tot wereldberoemd reporter, Zeist 1979

– ‘Het Sjimmie-syndroom. De neger in het beeldverhaal’,  J.E. Dubbelman e.a.,Vreemd Gespuis, Amsterdam 1987

– ‘De achterkant van Kuifje. Achterplat & Achterkaft, Parodie & Persiflage’ in: DB 23 (2006)

 

   

8 Tekening en opdracht van Hergé in Hars Picaro’s-album

                                                                                9 Een van de boekjes van Har in de serie Achtergronden van het beeldverhaal (1979)

© Duizend Bommen!

Ook leuk voor jou?