Wie is Thomas Verbogt?

door rogerklaassen

Door Jacques Heemskerk

Ik was benieuwd hoe Thomas Verbogt zou reageren op de eerste indrukken die ik van hem had, zoals verwoord in mijn vorige bericht. OK, die zeggen waarschijnlijk meer over mij dan over hem en ik maak het uiteindelijk ook wel weer goed in mijn stukje, maar toch. Ik was bang dat hij het misschien niet als prettig zou ervaren. Dat blijkt mee te vallen!

Met zijn goedkeuring neem ik graag een duik in de wereld van Thomas en Kuifje en zie wel wanneer ik weer bovenkom.

De titels van de boeken van Thomas Verbogt (1952) hebben vaak iets uitgesproken negatiefs. Voor een goede indruk zal ik er een paar noemen: Onvolledig landschap, Verkeerde sneeuw, Geen danstype, Gebroken glimlach, De verdwijning. De bedenker ervan wekt al met al niet de indruk het zonnetje in huis te zijn.

Uit De waarheid is een geheim, recensie van Het Ongeluk door Arie Storm

 

Zijn eerste verhalen publiceerde Verbogt in het Nijmeegse literaire tijdschrift De Schans. Toen hij merkte dat een aantal van die verhalen bij elkaar aansloten vond hij dat het dan maar een boek moest worden. Zo verscheen in 1981 de bundel De Feest- avond.  Je zou zeggen, een titel die geheel in tegenspraak is met hetgeen Arie Storm hierboven beweert. Echter:

In De Feestavond breekt het hernieuwen van contacten met oude vrienden de hoofdpersoon behoorlijk op. ‘Hij wilde niets meer met ze te maken hebben. Oude vrienden bestaan gewoon niet, hèbben geen bestaansrecht meer, dienen elkaar zo snel mogelijk te vergeten en met rust te laten.’ “De hoofdpersoon zoekt troost bij die oude vrienden ook al weet hij dat het vergeefs is. Zo’n opmerking is gemaakt in een periode waarin ik merkte dat er maar weinig mensen overbleven die ik belangrijk vond. Gesprekken met oude vrienden worden vaak heel kaal en soms krijg je een gevoel van gedesillusioneerdheid. Een leefwijze die iets romantisch had is niet voortgezet. Met mensen als Frans Kusters, Annie van den Oever en Harrie ter Balkt kan ik nog goed opschieten, maar met andere mensen lukt dat vaak niet. Ik leef hier heel erg los van allerlei contacten en dat is eigenlijk maar goed ook. Ik haat kringen, klieken. In Nijmegen had je een enorme groepsvorming, ik stond daar gewoon buiten en soms kreeg je zelfs de indruk dat men het maar belachelijk vond dat je je met schrijven bezighield, zoiets maatschappelijk onnuttigs. Die stad had op den duur een uitwerking van grimmige treurigheid.

 

Toen ik De Feestavond schreef, dacht ik dat het moeilijk was op je fantasie te varen. Dat is langzaamaan minder geworden en nu zet ik iets op papier waarvan ik denk: in feite heb ik daar niks van meegemaakt, maar ik schrijf er gewoon over. Ik voel me vrijer, durf meer dingen neer te zetten. Dat is een ontwikkeling die ik zelf waarschijnlijk pas veel later zal begrijpen. Ik heb nu ontzettend veel zin in een lang verhaal waarom je kunt lachen en dat ook erg romantisch is. Glazen schaduwen, ook al zit daar veel humor en ironie in als je het wilt zien, is als geheel wat somber. Maar ik moest dat kwijt, ik voel het ook als een bevrijding. Ik heb altijd geschreven maar ben er nooit een stap verder mee gekomen en met Glazen schaduwen heb ik me ontworsteld aan een verleden dat me ontzettend benauwde.

Die laatste tien jaar, een periode die ik heel moeilijk vond, daar ben ik nu gewoon van af. Al die motieven die ik in De Feestavond en Glazen schaduwen verpakt heb, die mij al die tijd achtervolgd hebben, ben ik kwijt. Ik heb mijn achtervolgers afgeschud.”

Corine Spoor in Schrijven tegen de kilheid van de tijd

 

Toch is er volgens Pieter Steinz in de roman Eindelijk de zee (2007) nog sprake van “een late-life crisis en wat daar aan voorafging was een van Kuifje vervulde jeugd in de jaren vijftig in kleinsteeds Nijmegen, het verlangen om weg te breken uit de burgerlijk-
heid…..”

Pieter Steinz in Het geheim ontglanst 

Bron:  LiteRom (NBD Biblion)

Ook leuk voor jou?