90 jaar geleden. De conceptie van Kuifje

door Jacques Heemskerk

De foto is afkomstig van Catawiki 

Door Jan Aarnout Boer

Hoe zat het in de 9 maanden voor de geboorte van Kuifje? Of moeten wij zijn conceptie al iets eerder dateren?
Ik denk dat het goed is om de voorfase bij Totor te laten beginnen. In juli 1926 startte het verhaal ‘Les extraordinaires aventures de Totor, C.P. des Hannetons’ in het padvinderstijdschrift Le Boy-Scout. Ik hoef niet uit te leggen wie of wat Totor is – hoop ik … nee, dat Totor een patrouilleleider van de meikevers is, wisten jullie. Dit verhaal in Le Boy-Scout liep door tot juni 1929, dus nog een half jaar na de start van Tintin!
Begin 1927 ging Hergé aan de slag bij Le XXe Siècle. In de krant stonden geregeld (kleine) illustraties van Hergé. Zelfs nog voordat Hergé in dienst van de krant was, stond er al een advertentie in, waarbij Hergé de tekening had gemaakt.
Op 17 november 1927 verzorgde Hergé de illustraties bij het verhaaltje ‘Une petit araignée voyage’ van René Verhaegen.
Met de rubriek ‘Le coin des Petits’ werd een eerste stap gezet naar een speciale bijlage voor de kinderen. In ‘Le coin des Petits’ stonden een paar door Hergé geïllustreerde verhalen, te weten ‘Popokabaka’, vanaf 1 maart 1928 en ‘La Rainette’, vanaf 2 augustus 1928. Opnieuw was René Verhaegen de schrijver van de verhaaltjes.
Naast een kinderpagina creëerde Le XXe Siècle ook een pagina voor vrouwen; Hergé tekende de kop die wekelijks werd gebruikt en maakte af en toe een illustratie.
Omdat le XXe Siècle merkte dat de concurrenten veel succes hadden met een aparte jeugdbijlage (in plaats van een plekje in de reguliere krant) besloot men Le Petit XXe (LPV*) in het leven te roepen. De eerste aflevering kwam uit op 1 november 1929. Weer een belangrijke datum in de conceptiefase van Kuifje.
Hergé was blijkbaar wel gesteld op de titel van verhaal over Totor – ‘Les extraordinaires aventures de Totor’- want voor LPV ging hij nu het verhaal L’extraordinaire aventure de Flup, Nenesse, Pousette et Cochonnet’ illustreren.
Ook nu was de tekst niet van Hergé zelf, maar van Smettini, het alias van Armand de Smet. Dit verhaal liep door tot 4 januari 1929, 6 dagen voor de geboorte van Tintin in LPV.
En dan komen we bijna bij de geboorte van Kuifje in LPV, ware het niet dat er toch nog sprake is van een premature Kuifje. Een jochie dat sterk op Kuifje lijkt en een hond heeft die de voorloper van Bobbie is. Het is de strip die in Le Sifflet van 30 december 1928 verscheen. Een braaf jongetje zet zijn schoen (in de geval: zijn bordje) bij de kachel, in de hoop dat de Kerstman er een peperkoek op legt. In de nacht komt de Kerstman inderdaad langs en legt een lekker stuk peperkoek neer. Het hondje denkt (= wil denken) dat het voor hem is, en vreet het achter elkaar op. Helaas krijgt hij er een ongelooflijke buikpijn van, en poept de koek weer uit, netjes op het bordje. De volgende morgen is het jochie wel teleurgesteld in de Kerstman!
Huib van Opstal is de persoon die in 1994 deze voorloper van Kuifje opspoorde en er over publiceerde. Alle Belgen keken hun ogen uit dat een Nederlander zo’n scoop over Kuifje had.
En op 10 januari 1929 is het zo ver: het is een jongetje, en we noemen hem Tintin, oftewel Kuifje. We sturen hem eerst naar de Sovjet Unie, en al in de allereerste aflevering maakt hij kennis met de boze krachten die hem vaak zullen tegenwerken. En 90 jaar later praten we nog over hem, en over zijn vader, Hergé.

* De bijlage werd eerst geschreven als ‘Le petit XXe’, later als ‘Le Petit Vingtième’.

 

Dit is een deel van de Grote Kraakvis nummer 102. De in deze bijdrage gebruikte links en afbeeldingen zijn van Jacques Heemskerk.
Voor meer illustraties bij dit verhaal verwijs ik u bijvoorbeeld naar
 Catawiki

Ook leuk voor jou?