Cahiers de la BD: Hergé

door rogerklaassen
door Roger Klaassen

Enige tijd geleden kondigde ik al aan dat het speciale nummer van ‘Les Cahiers de la BD’ over Hergé ging verschijnen. Ik beloofde er op terug te komen zodra ik het had kunnen lezen. Belofte maakt schuld.

Het nummer is een flinke 128 pagina’s dik, voorzien van een harde kaft. Geen advertenties, dus je kunt eerder spreken van een boek dan van een tijdschrift.

Het boek gaat met nadruk over Hergé: je vindt er geen beschouwingen over het werk van Hergé. Het boek volgt de biografie van Hergé in drie delen: Ascension (‘Opkomst’), Pression (‘Druk’) en Dépression (‘Depressie’). Elk deel begint met een interview met een Hergé-specialist, en die interviews zijn wat mij betreft de interessantste delen van het boek.

Ascension – Opkomst

Het eerste deel ‘Opkomst’ loopt van 1907 tot en met de Tweede Wereldoorlog. Weinig aandacht voor Hergé’s jeugd, maar heel veel aandacht over de conservatieve, rechtse kringen waarin hij verkeerde voor de oorlog en de kringen van de door de Duitsers gecontroleerde ‘Le Soir’, waarin Kuifje werd gepubliceerd. Pierre Assouline heeft zich in zijn biografie over Hergé stevig met deze periode bezig gehouden, en hij is de aangewezen expert voor een interview. Uit het interview komt hij naar voren als een grote Kuifje-liefhebber, die streng is over Hergé. Niet zozeer streng over zijn ideeën en zijn vrienden voor de oorlog, maar wel over bepaalde besluiten die hij nam in de oorlog – met name natuurlijk de publicaties in Le Soir. We kennen ook een aantal strips van Hergé die vaak worden gepresenteerd als anti-oorlog en anti-Hitler, maar Assouline weet overtuigend aan te tonen dat deze in een heel ander licht moeten worden beschouwd. Verder interessante artikelen over Norbert Wallez en Raymond de Becker.

In dit deel komt ook het inmiddels fameuze contract met Casterman aan de orde… zonder veel nieuws helaas.

Pression – Druk

In het deel ‘Druk’ wordt de periode van vlak na de oorlog tot eind jaren 50-begin jaren 60 behandeld. Benoît Peeters vertelt dat Hergé nooit goed heeft begrepen waarom hij en collega’s zo hard werden aangepakt om hun werkzaamheden in de oorlog. Zoals bekend raakt Hergé tijdelijk zijn recht om in de pers te publiceren kwijt – vrienden en oud-collega’s van hem worden ook tot gevangenisstraffen of erger veroordeeld. Volgens Peeters is dit er de oorzaak van dat Hergé voor de rest van zijn leven in een toestand van depressie verkeerde, onderbroken door periodes waarin hij werkte. De werkdruk is in die tijd enorm: Hergé is nog steeds bezig met het omwerken van zwart-wit edities van Kuifje naar kleurenversies en hij gaat van start met het weekblad Kuifje, als artistiek directeur en natuurlijk met nieuwe verhalen. Edgar Pierre Jacobs is zijn medewerker en hij duwt Hergé een richting op van steeds meer details en een hoger ‘waarheidsgehalte’ van zijn strips – iets dat Hergé later volledig klem zet tijdens het werk aan de maanavonturen. De toegenomen hoeveelheid werk en de eisen die Hergé daaraan stelt, maakt de oprichting van de Studios Hergé noodzakelijk.

In dit tweede deel ook aandacht voor de oprichting van het Weekblad Kuifje, een artikel over Jacques van Melkebeke (het is aannemelijk dat hij Hergé en Jacos van ideeën voor verhalen voorzag, maar eigenlijk ontbreekt toch het harde bewijs) en over de eerste films met Kuifje. In dit deel ook een aardige fotoreportage over ’24 uur in de Studios Hergé.

Dépression – Depressie

Het derde deel gaat dan over de periode eind jaren 1950 tot aan Hergé’s dood in 1983, een periode waarin Hergé meer afstand neemt van Kuifje maar des te meer in de schijnwerpers van televisie en pers komt te staan. Hergé’s eerste huwelijk strandt, hij begint een tweede leven met Fanny. Numa Sadoul is de expert die over deze periode aan het woord komt. Hij wordt met name geïnterviewd over het tot stand komen van zijn beroemde ‘Entretiens avec Hergé’, en dan met name natuurlijk over de vele wijzigingen die Hergé in het manuscript aanbracht – zonder heel veel te onthullen.

In dit derde deel ook aandacht voor Hergé’s liefde voor moderne kunst, een psycholoog die Hergé’s houding tijdens televisie-interviews analyseert (niet echt de moeite waard) en een artikel over de teleurstellende ontmoeting tussen Hergé en Tchang in 1981. En een vrij onbegrijpelijke strip van Olivier Josso Hamel – we zijn ver weg van de heldere vertelstijl van Hergé.

Conclusie

Na lezing van dit boek vraag je je af of er nog iets nieuws te leren valt over Hergé. Is niet alles al bekend? Vooraf werden bijzondere, niet eerder gepubliceerde foto’s beloofd, maar mijn indruk is toch dat deze nieuwe foto’s heel veel lijken op de oude, bekende foto’s. Pierre Assouline en Benoît Peeters weten bepaalde aspecten uit Hergé’s leven af te stoffen en hier en daar de scherpe randjes er af te vijlen. Interessantst is eigenlijk hoe deze twee specialisten en biografen dezelfde gebeurtenissen anders interpreteren. Verder zijn er een aantal artikelen die alleen in de kop wat ophef lijken te willen wekken, maar waar de inhoud toch wat flets blijft.

Kortom: een interessante, verzorgde uitgave, maar voor de Kuifje-kenners zit er niet veel nieuws in.

Ook leuk voor jou?

Geef commentaar