Vervolgd: de diefstal-beschuldigingen van Nick Rodwell

door rogerklaassen

door Roger Klaassen

In ons vorige bericht vertelden wij al van de beschuldigingen die Nick Rodwell deed aan het adres van veilinghuis Artcurial en de familie Casterman. Jan Aarnout Boer deed navraag bij twee specialisten, Marcel Wilmet en Étienne Pollet. Die lieten geen spaander heel van de beschuldigingen.

De tekening waar het allemaal om draait – ©Hergé/Moulinsart

Even kort een herhaling van de affaire: veilinghuis Artcurial veilt binnenkort een ontwerptekening uit 1936, voor het omslag van ‘Le Lotus Bleu’. Dat het zou gaan om een onbekende tekening die pas recentelijk uit een la zou zijn gevist, dat klop niet, gaf ook het veilinghuis zelf toe. Maar Nick Rodwell beweert dat de tekening onrechtmatig in het bezit is van de familie Casterman en dat deze ‘gestolen tekening’ thuishoort bij de erven Hergé.

Volgens Rodwell stuurde Hergé de tekening aan Charles Lesne, zijn contactpersoon bij Casterman; die stuurde de tekening nooit terug en de tekening kwam terecht bij de toen zevenjarige zoon van de uitgever. Marcel Wilmet maakt bezwaar tegen die bewering en bewijst dit met een brief van Charles Lesne aan Hergé. In de brief bespreekt Lesne de tekening (hij heeft graag dat Hergé de tekening in twee delen aanlevert: een zwartwitte lijntekening en een apart blad met de kleuren) en schrijft daarin letterlijk: ‘Je ontwerp (dat ik je terugstuur) is prachtig en kan perfect worden uitgevoerd als lijntekening’.

De brief van Charles Lesne aan Hergé

De tekening komt uiteindelijk toch bij de jonge Jean-Paul Casterman terecht – via wie anders dan Hergé?

Étienne Pollet, zelf een lid van de Casterman-familie en zijn hele leven werkzaam bij de uitgeverij, laat de beschuldigingen ook niet over zich heen gaan. Hoewel niet te achterhalen is hoe de tekening bij Jean-Paul Casterman terecht kwam – de brief die Wilmet heeft gevonden laat in elk geval zien dat de tekening bij Hergé terugkwam – wat is meer aannemelijk dan dat Jean-Paul Casterman de tekening cadeau kreeg van Hergé?

Pollet laat ook overtuigend zien dat de tekening al heel vaak zonder enige kanttekening, protest of beschuldiging is gebruikt. De opsomming:

  • de tekening werd gebruikt voor een zeefdruk tijdens de ontvangst van Tchang in Brussel (zie ook ons vorige bericht). Hergé signeerde ongeveer 50 stuks van deze druk.
  • de tekening werd gebruikt voor de kerstkaart van uitgeverij Casterman
  • de tekening is diverse malen tentoongesteld, onder andere in tentoonstellingen ingericht door de Fondation Hergé. Bijvoorbeeld: de tekening werd geëxposeerd op een tentoonstelling in Beaubourg in 2006. Rodwell was daarvan ‘commissaire de l’exposition’ en de tekening werd in de catalogus opgenomen met de vermelding ‘Collection particulière’
  • de tekening is opgenomen in ‘Chronologie d’une oeuvre’ van Philippe Goddin

Kortom: bij al deze gelegenheden heeft noch Hergé zelf, noch Nick Rodwell ooit een beschuldiging van diefstal of onrechtmatig bezit geuit.

Blijft de vraag: waarom zegt Nick Rodwell dan zoiets? Of: waarom neemt niemand Nick Rodwell tegen zichzelf in bescherming – ik heb toch het vermoeden dat hij voldoende omringd wordt door juristen?


Met dank aan Jan Aarnout Boer, Marcel Wilmet en Étienne Pollet

Ook leuk voor jou?